![]() |
|||
|
| Onderverdeling Roofvogels/Uilen |
Informatie over de specifieke eigenschappen van de soorten
Niet geheel wetenschappelijk verantwoord, maar wel voor het gemak, maken we hier een onderverdeling tussen:
Wilt u een overzicht met de beschrijving van diverse (met name Nederlandse) soorten zien, zie dan de verwijzingen daartoe op de hoofdpagina.
| Valken: | De meeste soorten Valken zijn typische
vogeljagers en ware kunstenaars in de lucht. Hun
vliegbeeld is veelal sikkelvorming. De vleugels zijn lang
en puntig. Valken zijn roofvogels die hun prooi over
langere afstanden kunnen achtervolgen en gedurende hun
jachtvluchten enorme snelheden kunnen bereiken tot wel
180km/u. De Torenvalk is feitelijk een soort uitzondering aangezien dit een echte muizenjager is en slechts bij uitzondering een vogel vangt. Vrijwel alle Valkensoorten doden hun prooi met de snavel. De handen (klauwen) dienen om de prooi te vangen en goed vast te houden. Omdat Valken hun prooien vaak over grote afstanden achtervolgen vindt u ze dan ook vaak op terreinen van open vlaktes. Nederlandse Valken? Torenvalk (standvogel). Boomvalk (zomergast), Slechtvalk (standvogel/doortrekker) en Smelleken (doortrekker). |
| Havikachtigen | Havikachtigen (Accipiters) zijn echte
sprinters en exploderen haast tijdens de start van hun
jachtvlucht. Deze roofvogelsoorten hebben meestal een
zeer lange staart en relatief korte, maar ook brede
vleugels. Door deze lichaamsbouw kunnen ze uitstekend
sprinten. Hun jachtvluchten kenmerken zich door vanuit de
dekking (een bosrand of een heg) ineens hun prooi te
verrassen. Ze gaan hierbij vaak zo doldriest te werk dat
niets anders ze meer interesseert. Daardoor vliegen met
name Sperwers zich nogal eens dood tegen glazen barrieres
zoals puien, deuren en ramen. Nederlandse Havikachtigen? In Nederland kennen we twee soorten Havikachtigen die ons het gehele jaar door als standvogel vergezellen, namelijk de Havik en Sperwer. De Sperwer vertoont zeer grote gelijkenis met de Havik, maar is aanzienlijk kleiner (ter grootte van een duif). |
| Arenden Buizerds Kiekendieven |
Arenden leggen vaak enorme afstanden af op
zoek naar geschikte prooien. Vaak met trage vleugelslag
en als het even kan ook nog gebruikmakend van
thermiekbellen waardoor ze zonder al te veel moeite tot
enorme hoogtes kunnen stijgen en een nog groter
jachtterrein kunnen overzien. Hun veelal zwevende vlucht is vergelijkbaar met die van de Buizerds. De vorm van hun vleugels is ook afgestemd op deze jachtmethode. Veelal lange brede vleugels en een relatief korte staart. Doordat ze vrij lange vleugels hebben kunnen ze minder goed op de korte afstand sprinten. De vogels van deze groep zijn typische grijpdoders of klauwdoders. Ze doden hun prooien doorgaans met hun handen (klauwen) waarbij ze een enorme kracht kunnen uitoefenen die ruim voldoende is om de organen van hun prooien te perforeren waardoor de dood snel intreedt. De snavel dient vrijwel uitsluitend om het vlees van hun prooi los te scheuren. Een ander kenmerk van deze vogelsoorten is dat het vaak zeer sociale dieren zijn. Met name de Buizerd kan vaak met meerdere soortgenoten worden waargenomen. De typische jachtvlucht van de Kiekendief is doorgaans enkele meters boven de grond waarbij de vleugels in een typische V-vorm zichtbaar zijn. Nederlandse Arenden? In Nederland kennen we de Visarend als regelmatige doortrekker en worden ook steeds meer waarnemingen van de Zeearend gedaan. De algemene verwachting is zelfs dat we de Zeearend binnen niet al te lange tijd zelfs als broedvogel kunnen gaan beschouwen. Nederlandse Buizerds? De "gewone" Buizerd is door vrijwel iedereen wel eens waargenomen vanaf zijn typische uitkijkpost; de paal in het weiland. De Ruigpootbuizerd wordt eigenlijk alleen s'winters waargenomen en is ondermeer herkenbaar aan het volledig bevederde loopbeen waaraan deze soort ook zijn naam dankt. Nederlandse Kiekendieven? De Bruine Kiekendief, Blauwe Kiekendief en Grauwe Kiekendief. Al onze Nederlandse Kiekendieven zijn zogenaamde zomergasten. |
| Gieren | Gieren zijn typische aaseters met een
ongelooflijk spijsverteringssysteem. Ze staan bekend om
hun uitstekende reukvermogen waarbij ze zelfs over enorme
afstanden dode en rottende kadavers kunnen ruiken en
opsporen. Tevens hebben ze ook de fijne motoriek om nog net dat laatste kleine stukje vlees met hun snavel los te peuteren. Ze hoeven niet zelf te doden en dus zijn hun handen en snavels hier ook niet voor ontwikkeld. In plaats daarvan zijn het uitstekende zwevers die als ware kunstenaars de thermiek benutten om grote afstanden te overbruggen. De brede vorm van hun vleugels en de doorgaans grote spanwijdte zorgen ervoor dat ze vaak een aanloopje moeten nemen om het motortje te starten. Van stilstand ineens verticaal opstijgen is voor een Gier dan ook een vrijwel onmogelijke opgave. Afgezien van dwaalgasten of ontsnapte vogels komen Gieren in Nederland doorgaans niet voor in de vrije natuur. |
| Uilen | Eigenlijk zijn dit natuurlijk geen
traditionele roofvogels, maar toch delen de uilen veel
van het prooiaanbod met de normale dagroofvogels. De meeste uilensoorten zijn gespecialiseerd op het bejagen van muizen in de duisternis. Naarmate de soorten groter worden zijn ze natuurlijk ook in staat grotere prooien te bemachtigen. De grote Europese Oehoe kan zelfs hazen vangen, maar de Steenuil moet zich toch tot muizen en insecten beperken. Het is voor de meeste uilen geen uitzondering dat ze zelfs op uitsluitend hun gehoor, de prooi kunnen localiseren. Bovendien zijn uilen in staat om zeer veel licht uit het donker te filteren. We zouden dan ook kunnen stellen dat ze s'nachts een soort infrarood gezichtsvermogen hebben. Wie kent niet de term braakballen of uilenballen? Hierin zitten alle onverteerbare delen. Uilen slikken hun prooi vaak in zijn geheel door, maar zijn niet in staat om haren, veren en botten te verteren. Die worden na elke spijsvertering tot een bal samengevoegd en uitgebraakt. Vandaar de term braakbal. Roofvogels produceren ook braakballen, maar zijn wel in staat de botten te verteren waardoor een braakbal van een roofvogels dan ook haast uitsluitend veren en haren zal bevatten. Nederlandse uilensoorten? In Nederland kennen we diverse uilensoorten die op de Velduil na, allemaal tot de standvogels kunnen worden gerekend. Onze soorten zijn de Bosuil, Ransuil, Velduil, Steenuil, Kerkuil en als zeldzame broedvogel ook de Oehoe die regelmatig in het uiterste zuiden van Limburg mag worden begroet. |