| KERKUIL (Tyto Alba) |
| Kerkuilen werden vanwege hun witachtige
verschijning vroeger wel eens beschouwd als geesten. Niet
voor niets, want net als vrijwel alle andere uilensoorten
is de Kerkuil in staat geruisloos te vliegen. Dit, gecombineerd met de vrijwel witte verschijning in het donker, gaf voor velen aanleiding tot angstaanjagende verhalen.
|
![]() |
![]() |
Onderling tussen het mannetje en vrouwtje
zijn er vrijwel geen verschillen. Vaak is het vrouwtje
iets zwaarder maar dit verschil is eigenlijk te
verwaarlozen. Kerkuilen komen in vrijwel de gehele wereld voor, met uitzondering van de echt noordelijke gebieden en Azië. Tussen de diverse soorten wereldwijd, zijn er wel verschillen die dan met name zichtbaar zijn aan het verenkleed op de borst. De Nederlandse Kerkuil heeft veel 'diamantvlekjes' op z'n borst, vergelijkbaar met de foto hiernaast. Keruilen uit de zuidelijker gelegen gebieden zijn vaak lichter van kleur met soms bijna spierwitte borstveren. |
Toen door 'moeder natuur' ooit werd bedacht dat uilen misschien het beste 'oe' konden zeggen, hadden de Kerkuilen daar vermoedelijk weinig zeggenschap over. De roep van de Kerkuil beperkt zich voornamelijk tot veel gekrijs en gesis. Net als bij veel andere uilen, is hij het meest luidruchtig tijdens de baltstijd.
| Kerkuilen planten zich moeiteloos voort in gevangenschap, maar in het wild hebben ze nogal wat moeilijkheden gehad en nog steeds gaat het in Nederland niet echt optimaal. Dit heeft dan ook meer te maken met het voedselaanbod, nestgelegenheid en gevaren in de natuur, dan met de bereidheid van de oudervogels om tot voortplanting over te gaan. | ![]() |
Kerkuilen geven de voorkeur aan oude schuren, gebouwen, nissen en holen als nestelplaats. Hieraan danken ze ook hun naam. Omdat we als mens met z'n allen echter steeds 'opgeruimder' worden, verdwijnen deze nestlocaties steeds meer. Alternatieven kunnen dan overigens wel worden geboden middels speciale nestkasten die met name bij veel boerderijen in schuren worden geplaatst. Hiermee wordt door speciale Kerkuilenwerkgroepen veel succes gehaald.
Voortplanting is echter maar 1 punt. Wat als de jonge vogels uitvliegen en voor zichzelf moeten gaan zorgen? Het broedsucces is direct gerelateerd aan het voedselaanbod binnen hun territorium en dan met name aan het aantal muizen dat beschikbaar is.
Tot slot zijn er dan nog de gevaren waaraan de Kerkuil bloot komt te staan nadat deze is uitgevlogen. Een enorm gevaar vormt het verkeer. Zeer veel vogels worden verkeersslachtoffer. Dit komt mede doordat Kerkuilen (en overigens ook andere uilensoorten) onze autowegen ook als reisroute gebruiken.
![]() |
Kerkuilen beginnen meestal rond maart met
het leggen van hun 3 tot 7 eieren die daarna zo'n 35
dagen worden bebroed. Meestal wordt een soort nestkom
gemaakt van gedroogde braakballen. Na deze periode komen de oerlelijke en vrijwel kale uilskuikens uit het ei. Het is voor velen moeilijk voor te stellen dat zo'n klein kuiken later tot zo'n prachtige vogel kan opgroeien. Net als bijna alle andere uilen, verlaten de jongen het nest al geruime tijd voordat ze kunnen vliegen. In die periode klauteren en fladderen ze al wat rond het territorium. Ze worden dan nog steeds door de ouders verzorgd en het duurt soms wel enige maanden voordat ze volledig zelfstandig zijn. |
| Kerkuilen zijn ware meesters in het jagen
tijdens de duisternis. Ze zijn in staat hun gehoor
optimaal te benutten en schijnen zelfs uitsluitend
hiermee hun prooi te kunnen localiseren en vangen. Het 'platte' gezicht van de Kerkuil dient als een soort versterker (vergelijkbaar met een schotelantenne) waardoor het geluid nog meer wordt versterkt. Het gehoor, samen met het nachtelijke gezichtsvermogen en de vrijwel geluidloze vlucht, maken de Kerkuil een zeer efficiënte nachtelijke muizenjager. |
![]() |