TORENVALK
(Falco Tinnunculus)
Van vrijwel alle Europese valkensoorten is de Torenvalk vermoedelijk de meest succesvolle.
Ook in Nederland is hij gelukkig nog steeds een talrijke standvogel.

Velen hebben deze ranke valk wel eens waargenomen tijdens zijn karakteristieke jachtvlucht waarbij hij "biddend" of "wiekelend" stil in de lucht hangt op zoek naar een prooi.


De Torenvalk is specialist in het localiseren en vangen van muizen en er wordt beweerd dat deze vogels in staat zijn de urinesporen van een muis te vinden, waardoor ze een muis beter kunnen opsporen.

Alhoewel specialist in het vangen van muizen, is de Torenvalk ook prima in staat zich op andere prooien te richten, tot zelfs mollen aan toe.


Voorts zullen ook kleinere (zang)vogels, insecten en amfibieën niet worden versmaad. Ook zijn voorbeelden bekend van Torenvalken die soortgenoten en zelfs andere vogels zoals Sperwers, Rans- en Kerkuilen van hun prooien beroven. Ooit werd zelfs van een Slechtvalk een prooi afgepakt. De Slechtvalk zette geen achtervolging in naar de dief (misschien wel uit verbazing).



Het mannetje is met zijn mooie blauwgrijze kop en staart goed te onderscheiden van het meer sober bruin gekleurde vrouwtje. Tevens bestaat er enig verschil in grootte tussen beide sexen waarbij het vrouwtje iets groter is.

De Torenvalk kan zo'n 38 cm groot worden en weegt meestal tussen de 230-280 gram. Jonge vogels lijken met hun bruine verenkleed veel op het vrouwtje.

Torenvalk (mannetje)

Hij geeft de voorkeur aan een gevariëerd open landschap afgewisseld met bijvoorbeeld akkers, weilanden en bosjes. Ook langs wegen kan hij regelmatig biddend worden waargenomen.


Met name het hoge(re) gras in de bermen zijn geliefde plekjes voor de muizen waar deze vogel op jaagt. Torenvalken zijn niet echt kieskeurig en maken zelf geen nest, maar geven de voorkeur aan oude (verlaten) nesten van roofvogels, kraaien en ekster.

Daarnaast maken ze ook dankbaar gebruik van speciaal voor hun ontworpen nestkasten, boomholten, openingen in oude gebouwen, ruïnes, torens etc. Zo broedde op de toren bij het K.N.M.I. ook een paartje Torenvalken.


De Torenvalk is na 1 jaar geslachtsrijp. In April/Mei worden 3-6 eieren gelegd die 30 dagen, voornamelijk door het vrouwtje worden bebroed.
De jongen blijven ongeveer 1 maand in en bij het nest waarna ze uitvliegen na nog een extra maand moeten leren om zelfstandig te jagen.


Het is echter geen uitzondering dat de jonge vogels wat langer in het territorium blijven.

Voor de Torenvalk kan een speciale nestkast (zie afbeelding onder) worden gemaakt om hem een nestplaats te bieden. Deze kan het beste worden opgehangen bij een een locatie waar een eenvoudige aanvliegroute kan worden gekozen en mits mogelijk, moeilijk bereikbaar is voor menselijke nieuwsgierigheid.


Hang de nestkast minstens op 3-4 meter hoogte. In polderlandschappen kan de nestkast ook op een paal van minstens 2 meter hoogte worden bevestigd.

Als bodembedekking kan het beste een laagje fijn grint worden gebruikt.


De nestkast moet bij voorkeur reeds in januari of uiterlijk februari beschikbaar zijn.
Er zijn Wereldwijd diverse soorten Torenvalken, waaronder de Kleine Torenvalk en Amerikaanse Torenvalk waarover u in de toekomst op onze pagina's ook meer informatie kunt vinden.

Het geluid van de Torenvalk kunt u hier downloaden.